3x een nieuw begin (1)

Published by Melanie Plag on

Op 20 maart begint de lente én is het Wereldverteldag – dit jaar met als thema ‘Een nieuw begin’. We waren van plan om heel veel leerlingen deze week kennis te laten maken met verhalen vertellen, maar veel scholen mogen nu geen vertellers ontvangen. Met de tips uit deze blogreeks maak je zelf met je leerlingen eenvoudig een nieuw verhaal… vanaf het begin!

Begin met een voorwerp

Laat kinderen een (klein) voorwerp zoeken: iets uit de klas, van buiten of van thuis. Het hoeft niets speciaals te zijn, maar juist iets heel alledaags, zoals een gebruiksvoorwerp (pen, vork, schroevendraaier), kledingstuk (sok, riem), speelgoed (knikker, blok, poppetje) of iets van buiten (steen, kastanje, tak). Alles kan!

Beschrijven

Verzin zoveel mogelijk woorden om je voorwerp mee te beschrijven. Dit kan mondeling in tweetallen of schriftelijk op een kladblaadje. Gebruik je zintuigen:

  • Wat kun je zien? Kleuren, glimmend of niet, patroon, materiaal.
  • Wat kun je voelen? Het oppervlak (glad, ruw, harig), het gewicht, hard of zacht, warm of koud.
  • Wat kun je horen? Maakt het voorwerp geluid wanneer je ermee beweegt of als je erop duwt?
  • Wat kun je ruiken? Hier denken kinderen zelf vaak niet meteen aan en het kan heel verrassend zijn!
  • Wat kun je proeven… hoort bij de zintuigen, maar is bij deze opdracht niet zo handig!

Bedenk tot slot wat je met het voorwerp kunt doen. Probeer ook ongewone dingen te bedenken: waar is het niet voor bedoeld, maar kun je het wel voor gebruiken? Met een hamer kun je bijvoorbeeld ook gooien en met een boek kun je ook timmeren. (Bij deze opdracht is het soms handig te benadrukken dat kinderen het alleen hoeven te bedenken en niet hoeven te doen!)

Magische eigenschap

We weten nu alles over dit hele gewone voorwerp: wat het is en wat het kan. Maar stel je voor dat het helemaal niet zo gewoon is, maar dat het ineens magisch is, dat het betoverd is en iets heel speciaals kan?

  • Wat kan je voorwerp dat het normaal niet kan? Bijvoorbeeld vliegen, praten, betoveren, onzichtbaar worden.
  • Waar zou je het dan voor kunnen gebruiken? In welke situatie is dit handig? Of juist gevaarlijk?

Met de laatste vraag heb je eigenlijk al het begin van een verhaal. Laat de leerlingen elkaar vertellen over een situatie waarin iemand het voorwerp gebruikte. Hoe liep dat af?

Eerst vertellen, dan pas opschrijven!

Als je wilt, kun je het verhaal laten opschrijven of tekenen. Maar laat het verhaal niet te snel vastleggen. Juist het met elkaar delen en erover praten zorgt voor nieuwe ideeën, als een verhaal nog niet ‘af’ is.

In een van mijn workshops had een jongen een verhaal bedacht over een dekbed dat iedereen op at die eronder ging liggen. Het verhaal dreigde te verzanden in een opsomming van slachtoffers. Toen hij het voor de tweede keer vertelde, begon hij ineens te stralen: hij had erbij bedacht om het dekbed in de wasmachine te doen en daarna was het zijn magische kracht kwijt!