Eén verhaal, zeven lessen – beeldende vorming

Published by Hermine van Helden on

Bij één verhaal kun je talloze verwerkingsactiviteiten bedenken voor verschillende vakken en ontwikkelingsgebieden. In deze blogreeks geven we zeven ideeën voor een les bij het verhaal ‘De jongen en zijn trommel‘. Les 5 en 6: beeldende vorming.

Individueel: stripverhaal tekenen

De leerlingen tekenen het hele verhaal na in een strip van zes plaatjes.
Benodigdheden:

  • per leerling een vel (A4)papier
  • kleurpotloden

Stap 1 Verdeel het papier in zes vakken. Dit hoeft niet op de millimeter nauwkeurig en kun je gemakkelijk doen door te vouwen. Doe het voor en laat de kinderen het stap voor stap nadoen. Zo leren ze meteen over vlakverdeling en oefenen ze hun fijne motoriek door te vouwen.

Stap 2 Laat de kinderen eerst beslissen wat ze willen tekenen. Wanneer je eerder in een taalles al hebt gekeken naar de opbouw van het verhaal, kun je daarnaar verwijzen. Schrijf de belangrijkste gebeurtenissen als geheugensteuntje in steekwoorden op het bord.

Stap 3 Aan de slag! Aandachtspunten tijdens het tekenen:

  • Let op dat op ieder plaatje de figuren herkenbaar zijn . Een personage heeft bijvoorbeeld steeds dezelfde haarkleur, kleding.
  • Denk na wat er in tekstballonnetjes moet komen en zorg dat je daarvoor genoeg ruimte hebt.

Groepswerk: vertelplaten maken

De leerlingen maken samen een set platen waarbij ze het verhaal kunnen navertellen.

Benodigdheden:

  • Per tweetal/scène een vel (stevig) wit A3 papier
  • Teken- of schilderij dat geschikt is om groot te werken, bijvoorbeeld vetkrijt, ecoline of verf.
  • Vertelkastje (facultatief)

Stap 1 Verdeel de groep in tweetallen en het verhaal in scènes. Probeer het zo uit te kienen dat er voor ieder tweetal een scène is die ze kunnen uitwerken op papier. Wanneer het aantal niet mooi uitkomt kun je ervoor kiezen om scènes weg te laten en die na te vertellen zonder bijbehorend beeld of je kunt sommige tweetallen twee scènes laten maken.

Stap 2 Bespreek klassikaal de belangrijke kenmerken van de personen – kleding, haarkleur – en de globale kenmerken van het monster, zodat ze herkenbaar zijn op de verschillende platen. Noteer de afspraken.

Stap 3 Teken of schilder op ieder vel een scène uit het verhaal. Aandachtspunten:

  • Vlakindeling: gebruik de ruimte die je hebt, maak bijvoorbeeld personages zo hoog als het hele blad, of zoom in op een gezicht
  • Controleer of details herkenbaar zijn van een afstand. Misschien moeten te fletse kleuren nog worden bijgewerkt. Leerlingen kunnen dat zelf beoordelen.
  • Wanneer je de platen straks in een vertelkastje wilt laten zien: laat een rand open van twee vingers breed. Deze lijn hoeft niet strak te zijn.

Stap 4 Navertellen. Leg de platen op volgorde. Houd ze een voor een omhoog of zet ze in een vertelkastje (kamishibai). Laat de leerlingen om de beurt hun stuk van het verhaal naar aanleiding van de platen nog eens vertellen.

Tip: als je ook al een les dramatische vorming hebt gegeven bij het verhaal, kun je leerlingen erop wijzen dat ze gebaren of houdingen uit die les ook kunnen gebruiken bij het vertellen.