Eén verhaal, zeven lessen – muziek

Published by Hermine van Helden on

Bij één verhaal kun je heel verschillende verwerkingsactiviteiten bedenken voor diverse vakken en ontwikkelingsgebieden. In deze blogreeks geven we zeven ideeën voor een les bij het verhaal ‘De jongen en zijn trommel‘. Dit is het laatste artikel in de reeks. We eindigen met muziek!

Body percussion

Wat ligt er meer voor de hand bij dit verhaal dan een muziekles waarin wordt getrommeld? Daarvoor heb je geen dure percussie-instrumenten nodig, want trommelen kun je ook op je eigen lichaam! Hieronder vind je een paar suggesties voor zogeheten ‘body percussion’.

Experimenteren en luisteren

Laat verschillende variaties zien/horen hoe je op je lichaam kunt trommelen en laat de kinderen dit meedoen/nadoen. Varieer met:

  • de plek op het lichaam: bovenbenen, buik, billen, wangen, armen, handen
  • snelheid en kracht
  • met vlakkehand, holle hand of een paar vingers

Luister goed hoe de verschillende lichaamsdelen klinken. Kunnen de leerlingen zelf een nieuwe variant bedenken?

Vraag en antwoord

Speel een vraag- en antwoordspel met ritme. Klap een ritme voor en laat de klas het als een ‘echo’ beantwoorden.
Begin eenvoudig, met een ritme van vier tellen. Bijvoorbeeld: “tik, tik, tik, tik” (vier hele tellen), “tikke, tikke, tik, tik” (vier halve tellen en twee hele), “tikke tik, tikke tik” (halven, hele, halven, hele), et cetera.
Als de leerlingen vier tellen goed kunnen, kun je het uitbreiden naar ritmes van acht tellen.

Varianten

Op het vraag- en antwoordspel kun je variëren:

  • Verdeel de groep in drieën: een deel gebruikt de vlakke hand, vingers of een bolle hand bij het antwoord.
  • Verdeel de groep in drieën en laat ze op verschillende plaatsen op het lichaam trommelen.
  • Gebruik ritmes waarbij je verschillende klapmanieren combineert.
  • Laat individuele kinderen ‘antwoorden’ op een zelf gekozen manier.
  • Laat een leerling een ritme voordoen dat de rest herhaalt.
  • ‘Geef’ een leerling een ritme van vier tellen. Deze ‘antwoordt’ met een (ander) ritme van vier tellen. ‘Geef’ dit nieuwe ritme aan een volgende leerling. Diens ‘antwoord’ geef je weer door aan de volgende. Ga zo de kring of klas rond.
Categories: Blog