Stel je voor…

Published by Melanie Plag on

Standbeeld van Albert Einstein

Pleidooi voor het stimuleren van verbeeldingskracht in onderwijs

Dit artikel schreef Reinou Vogel voor het boek Vertel!, dat in 2017 verscheen ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de Vertelacademie.

Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal – Albert Einstein

Het huidige onderwijs is erg gericht op kennis en vaardigheden en spreekt de verbeeldingskracht van kinderen nauwelijks aan. Bij alle aandacht voor 21st century skills wil ik een lans breken voor het stimuleren van de verbeeldingskracht. In deze roerige, veranderende wereld zijn nieuwsgierigheid, voorstellingsvermogen, inlevingsvermogen, flexibiliteit en creatief denken noodzakelijke vaardigheden. Tijdens het werken met verhalen worden deze vaardigheden op een natuurlijke manier aangesproken.

Na het vertellen van een verhaal vraag ik regelmatig aan kinderen naar het verschil tussen het luisteren naar een verteld en een voorgelezen verhaal. Een van de antwoorden is dat de verteller geen plaatjes heeft laten zien… Verbaasd realiseren ze zich al snel dat ze tijdens het luisteren zelf de beelden in hun hoofd hebben gecreëerd en dat die per persoon verschillend zijn.

Enkele suggesties om de verbeeldingskracht bij kinderen wakker te maken.

Verhalen bedenken met storystones

Storystones zijn stenen met een afbeelding erop.

Je deelt de stenen uit en vertelt ‘hoe ze werken’. Neem de steen in je hand. Bekijk de afbeelding kort, sluit je vingers om de steen en sluit je ogen. Als vanzelf ontstaat de eerste zin van je verhaal…

Beschrijving van een persoon

Zet een grote foto of een geschilderd portret van iemand die je niet kent op een schildersezel neer of projecteer het op het digibord.

Laat de kinderen vijf minuten individueel brainstormen op een blaadje. Stel eventueel enkele vragen:

  • Wie? Naam? Leeftijd?
  • Waar?
  • Welke tijd?
  • Beroep?
  • Karaktertrek?

Laat de kinderen een kort verhaal over deze persoon vertellen. Leuk om de verschillende interpretaties te horen. Er is geen goed of fout…

Muziekverhaal maken

Leg op een kleedje op de grond meerdere kleine muziekinstrumenten met uiteenlopende geluiden. Denk aan regenmaker, fluitjes, trom, cimbaaltje en rammel/raspinstrumentjes. Er kunnen ook dingen bij zitten die geluid kunnen maken, zoals papier (ritselen), steentjes enzovoort.

Laat de kinderen de ogen sluiten en vraag om in hun hoofd beelden te maken bij de geluiden die ze horen. Jij ‘bespeelt’ ondertussen verschillende instrumenten. Neem hiervoor de tijd en laat ook stiltes vallen.

De kinderen openen de ogen en je verzamelt woorden bij de beelden die de kinderen noemen. Vanuit deze woorden en de eigen beelden vraag je de kinderen een kort verhaal te bedenken.

Hierna kiezen ze geluiden/instrumenten die in hun verhaal passen. Wijs op het gebruik van de stem en body percussie. Laat het muziekverhaal aan elkaar horen en maak eventueel een geluidsopname.

Gedichten

Neem een gedicht als start om je samen te verwonderen of aan het denken te zetten:

Waar woont de wind als hij niet waait?

 

In het nat van een plas?

In het dak van een boom?

In het groen van het gras?

In een wolk van een droom?

 

Waar woont de wind als hij niet waait?

 

In de nok van een schuur?

In een kluitje in het riet?

In een gat in de muur?

 

En weet je het, zeg het dan niet.

De wind wil niet dat je hem ziet.

(‘Er loopt een liedje door de lucht’ – Erik van Os)

Laat de kinderen mogelijkheden bedenken. Ze bedenken hier een kort verhaal of anekdote bij. Het gaat niet om wetenschappelijke benaderingen en waarheden, maar om een gedachtegang.

Samen een verhaal bedenken met voorwerpen

Kinderen in een staande kring. In het midden een kleed met allerlei kleine voorwerpen: takje, lapje stof, knikker, touwtje enzovoort. Het blauwe lapje kan ook een stromende rivier of  zee zijn. In je verbeelding kan alles.

Pak een voorwerp uit de kring en bedenk de eerste regel van een verhaal: ‘Er was eens een grote sterke boom.’ Geïnspireerd door een voorwerp op het kleed, pakt een kind het voorwerp, gaat terug in de kring staan en zegt zijn zin. Zo ontstaat een verhaal. Je kunt het verhaal richting geven door woorden toe te voegen als, maar op een dag…, en gelukkig…

 

Genoemde suggesties zijn ideeën om kinderen te helpen zich (opnieuw) bewust te worden van het plezier en de kracht van hun eigen verbeelding.

Veel plezier met verbeelden!