Genieten van taal

Published by Annette Benedictus on

Wanneer kinderen de gelegenheid krijgen te improviseren met taal en verhalen genieten ze van de ruimte die ze krijgen, verheugen ze zich op wat komen gaat en laten hun verbeelding al snel de vrije loop.

Dit is het tweede  artikel in een serie die begon bij het artikel “Vertellen op school”

Voordat we met improviseren beginnen maken we duidelijk dat plezier het belangrijkste is, en dat foutjes erbij horen. Als je kinderen de kans wilt geven te vertellen op school zal dat vaak in de kring, tweetallen of kleine groepjes gebeuren. Dat geeft uiteraard wat extra geluid; maak daarover vooraf afspraken met de groep.

Spelen met tellen

Dit spel leerde ik van het improvisatietheater. De kinderen zitten in de kring en tellen steeds om beurten tot zeven, ze slaan hierbij kruiselings op hun eigen schouder in de richting van het tellen. Het eerste kind zegt dus 1, en tikt met z’n rechterhand tegen z’n linkerschouder. Het kind links van dit kind maakt dezelfde beweging, maar zegt 2. Zo gaat het verder, maar na 7 beginnen we weer met tellen vanaf 1. Uiteraard zal er een kind zijn dat na 7 per ongeluk 8 zegt en daarover maken we voordat het spel begint een afspraak: als een kind zich vergist steken we beide duimen omhoog naar dat kind; fouten maken mag.

Als het tellen tot 7 lukt, voegen we nog een element toe: het tellen kan van richting veranderen. Dat kan door het slaan op de eigen schouder van richting te veranderen; waar je met je linkerhand op je rechterschouder sloeg om het tellen door te geven naar rechts, kun je dat nu de andere kant op doen. Ook hier weer: duimen omhoog bij het maken van een fout! Een kind dat te lang aarzelt, per ongeluk tot 8 telt, of een kind dat op de verkeerde schouder slaat: het is allemaal niet erg, duimen in de lucht!

Dan voegen we nog een laatste element toe: als je bij 7 bent sla je niet op je schouder, maar wijs je met je hand boven je hoofd in de richting waarin het tellen verder gaat. In een grote groep kan het tellen ook na het maken van oogcontact met twee handen vooruit wijzend naar een kind aan de andere kant van de groep door gegeven worden. Dat kind telt verder en geeft met de tik van z’n hand op de schouder aan in welke richting het weer verder gaat. In dit spel ervaren kinderen dat vergissingen het spel juist leuk maken.

Tongbrekers

Bij het spelen met met tongbrekers maken de vergissingen het spel juist extra leuk. Tongbrekers kun je vinden op internet, hier een spelletje met enkele woorden:

‘Whiskeymixer, waxmasker en wespenmepster’. Eerst zeggen de kinderen om beurten het woord whiskeymixer. Als het woord de kring rond is geweest, doen we dat nog eens, maar dan iets sneller. Een kind dat zich vergist, moet een rondje om de kring lopen, en ervoor zorgen dat het terug is op z’n plek voordat het weer aan de beurt is.

Dan wordt er iets toegevoegd: als een kind wespenmepster zegt, verandert de richting waarin het woord wordt doorgegeven én verandert het woord, het wordt dan: waxmasker. Naar links is het woord dus whiskymixer, naar rechts waxmasker. Bij wespenmepster  verandert de richting en het woord. Allemaal woorden waarbij je je makkelijk kunt vergissen, en ook hier geldt bij een foutje: alle duimen omhoog en rondje om de kring!