Langere verhalen improviseren

Published by Annette Benedictus on

Met korte spellen is er een basis gelegd om langere verhalen te improviseren. Dit is het vierde en laatste artikel in een serie die begon bij het artikel “Vertellen op school”

Verhalen improviseren

Leg de kinderen uit dat een geïmproviseerd verhaal altijd onvoorspelbaar verloopt, en dat dat soms vreemde en soms prachtige verhalen op kan leveren. Doel is vooral plezier hebben in het spelen met taal. Door aantekeningen te maken van het verhaal dat al improviserend ontstaat kunnen de verhalen weer een start zijn van een volgende opdracht, bijvoorbeeld om te schrijven of tekenen.

Opbouw van een verhaal

Het is handig om vooraf de kinderen uitleg te geven over de opbouw van verhalen: in het begin wordt  duidelijk wie de hoofdpersoon is en waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Dan wordt er een probleem of vraagstuk geïntroduceerd, zonder dat wordt een verhaal saai. Daarna volgen er pogingen om het probleem op te lossen, en als dat gelukt is volgt er een einde van het verhaal. Bij het improviseren spreek je af dat kinderen elkaars verhaalsuggesties uitwerken en niet blokkeren.

Gelukkig en helaas

Een verhaal ontrolt zich als het ware vanzelf als je in de kring zit en elk kind de volgende zin van het verhaal beurtelings begint met gelukkig en dan helaas .. ….

Begin zelf met de eerste zin,  bijvoorbeeld: “Op een dag ging de vrouw naar de dierentuin.”. Het kind naast je vertelt verder en begint met “Gelukkig…..”. Het volgende kind begint zijn zin met “Helaas…..”. Het verhaal gaat weer verder bij het volgende kind dat begint met “Gelukkig…. “ en zo gaat het verhaal verder.

Verhalen in de kring

In de verhalenkring begint de leerkracht met het vertellen van een verhaal. Steeds neemt een kind het verhaal na enkele zinnen over en vertelt in één of enkele zinnen hoe het verder gaat. Als de spanningsboog in het verhaal afneemt, neem je het zelf weer over om met enkele zinnen het verhaal weer leven in te blazen. Je kunt ervoor kiezen om het verhaal te laten ontrollen in de volgorde van de kring, maar kinderen zouden ook zelf kunnen kiezen wanneer ze het initiatief nemen om verder te vertellen.

Je kunt ook de groep in kleine groepjes verdelen en ieder groepje laten beginnen met dezelfde zin. Er zullen verschillende verhalen ontstaan. Laat de kinderen naar elkaars verhalen luisteren. Sommige kinderen vinden het spannend om meteen mee te doen, maar hebben wel plezier in het luisteren en leren in ieder geval van het voorbeeld dat ze krijgen.

Verhalenkaarten

Op verhalenkaarten staan figuren, voorwerpen of plekken die een rol kunnen spelen in verhalen. De kinderen krijgen ieder een kaart. Eén kind begint te vertellen en zodra een kind, kijkend naar de afbeelding in de hand, het verhaal kan overnemen gaat het verder. Als het verhaal dreigt vast te lopen helpt de leerkracht het verhaal weer op gang.

De verhalenkaarten zijn te koop, maar ik maakte ze zelf en knipte met een mal een week lang plaatjes uit kranten en tijdschriften. Ik koos en knipte stukken uit foto’s zó, dat ik een beeld overhield dat op meerdere manieren een rol zou kunnen spelen in verhalen. Mooie is dat kinderen deze kaartenset zelf kunnen aanvullen en naarmate het spel vaker gespeeld wordt anticiperen op mogelijke kaarten die ze kunnen krijgen.

Ik hoop dat deze blogstukjes een uitnodiging zijn om het improviseren van verhalen te integreren in het lesprogramma en dat steeds meer kinderen kunnen genieten van verhalen die ze horen én zelf vertellen!